Heeft Terry Smith zijn verstand verloren?!
Is Terry Smith gek geworden?!
Meestal doet hij bijna geen transacties.
Maar in de eerste zes maanden van 2026 deed hij belachelijk veel transacties.
Hij kondigde zelfs een grote wijziging in zijn beleggingsstrategie aan.
Laten we eens kijken wat er aan de hand is.
Donderdag geven we opnieuw een gratis lezing.
Benieuwd?
Je kan je hier gratis inschrijven:
Wie is Terry Smith?
Terry Smith wordt vaak “de Engelse Warren Buffett” genoemd.
Hij geldt als één van de beste kwaliteitsbeleggers ter wereld.
Terry is meestal recht voor de raap en een onafhankelijke belegger.
Hier is een korte achtergrondschets van Terry:
Hij groeide op in Oost‑Londen, was de beste van zijn jaar op de universiteit van Cardiff en stapte in de jaren ’70 bij Barclays de bankwereld binnen.
In 1992 schreef hij Accounting for Growth, een boek dat creatieve boekhoudtrucs blootlegde. Het was zo controversieel dat hij er zijn baan door verloor.
Fundsmith ging van start in 2010. Vandaag beheert het £12 miljard. Het haalde sinds de start een indrukwekkende rendement van 13,1% per jaar na kosten.
Ik kreeg vorig jaar zelfs de kans om te gaan eten met Team Fundsmith in Omaha, bij Gorat’s (het favoriete steakhouse van Warren Buffett).
Zijn beleggingsstijl
De filosofie van Terry Smith is eenvoudig.
Hij vat ze samen in drie stappen:
Koop goede bedrijven
Betaal er niet te veel voor
Doe niks
1. Koop goede bedrijven
Terry Smith zoekt bedrijven van hoge kwaliteit die hun markt domineren.
Hoge ROCE: Zoek een rendement op geïnvesteerd kapitaal van meer dan 15%
Brede Moat: Focus op bedrijven met prijszettingsmacht en hoge brutomarges.
Cash is King: Geef voorrang aan sterke organische groei en bedrijven die een groot deel van hun nettowinst omzetten in free cash flow.
“Ik sta altijd weer versteld van hoeveel mensen over beleggen praten en bijna al hun tijd besteden aan zaken als assetallocatie, sectorwegingen en economische voorspellingen… maar nooit iets zeggen over de noodzaak om gewoon in goede bedrijven te investeren.” — Terry Smith
2. Betaal niet te veel
Hoewel kwaliteit altijd op de eerste plaats komt, blijft waardering belangrijk.
Hij is bereid een redelijke premie te betalen voor een uitzonderlijk bedrijf, maar vermijdt overbetalen.
3. Handel niet impulsief
Minder handelen houdt de kosten laag en laat het rendement op lange termijn zijn werk doen.
Geduld is een van Terry’s grootste troeven geweest.
Fundamentals
Fundsmith heeft een portefeuille met bedrijven die sterke fundamentals hebben:
Rendement
Op de lange termijn heeft het fonds het zeker goed gedaan.
Fundsmith haalde sinds 2010 een jaarlijks rendement van 13,1% na kosten.
Maar raad eens?
Terry Smith deed het de afgelopen 5 jaar élk jaar slechter dan de index:
Wat ons brengt bij de brief die Terry Smith onlangs aan zijn beleggers schreef.
Je kan hem hier lezen:
Aandeelhoudersbrief Terry Smith
Er zijn twee dingen waarop ik wil focussen in Terry’s brief:
Waarom hij denkt dat hij het nu moeilijk heeft.
Hoe hij zijn strategie bijstuurt.
Waarom hij denkt dat hij het nu moeilijk heeft
De brief zegt dat het fonds slechter presteerde, omdat beleggers minder naar de kwaliteit van bedrijven kijken en meer de hype volgen.
Ik denk dat dat klopt. Verderop leggen we uit waarom Terry dat denkt.
Hoe hij zijn strategie bijstuurt
De brief zegt dat Smith zijn strategie zal aanpassen en voortaan ook momentum zal meenemen in zijn beslissingen.
Dat betekent dat het fonds meer transacties zal doen dan in het verleden.
Met andere woorden: ‘koop goede bedrijven’ en ‘ga niet overbetalen’ blijven de kernprincipes.
Het interessante is waarom Terry deze verandering doorvoert.
Het is niet omdat hij denkt dat dit de beste beleggingsbeslissing is.
Het is omdat het fonds op termijn niet zou overleven als hij zich niet aanpast.
“We beheren open‑end fondsen en beleggers kunnen en hebben de voorbije periode steeds meer geld opgenomen. We vermoeden dat dit vooral komt door de grote overstap van actief naar passief beleggen of omdat sommige beheerders beweren dat ze kwaliteit beter begrijpen dan wij. Misschien hebben ze gelijk; misschien zijn het gewoon verkapte momentumbeleggers, wat goed werkt totdat het niet meer werkt. Maar het heeft weinig zin om gelijk te krijgen over de risico’s van passief of momentumbeleggen als ons fonds tegen die tijd al gesloten is. In een markt waar koersbewegingen van 33% op één dag zelfs bij grote bedrijven niet uitzonderlijk zijn, werkt een buy‑and‑holdstrategie alleen als je niet afhankelijk bent van instroom en uitstroom, en dat zijn wij wel. Vasthouden aan onze huidige aanpak zou kunnen botsen met het gezegde dat de markt langer irrationeel kan blijven dan wij in business kunnen blijven. Daarom mag je verwachten dat we in de toekomst actiever zullen zijn.”
Passief beleggen en momentum
Terry zegt al een hele tijd dat de markten steeds meer door momentum worden gedreven.
En daar valt weinig tegenin te brengen.
Kijk maar eens hoe momentum recent heeft gepresteerd:
Hij begint zijn brief met een eenvoudig punt.
Steeds meer mensen beleggen via ETF’s, terwijl de hype rond AI blijft groeien.
Daardoor geeft de markt vandaag minder om de onderliggende bedrijven.
“Een markt die wordt gedomineerd door zogenaamd passieve of indexfondsen (waarvan de meeste ETF’s zijn) en door de AI‑hausse heeft geleid tot een omgeving waarin momentum de toon zet, in plaats van fundamentele factoren zoals winstgevendheid, rendement op kapitaal en groei, precies de factoren waarop wij focussen.”
Wat is het nut van passief beleggen?
Passief beleggen werd populair gemaakt door John Bogle, de oprichter van Vanguard.
Zijn argument was heel eenvoudig:
De meeste actieve fondsen slagen er niet in om de markt te verslaan.
Daarbovenop rekenen ze kosten aan die je rendement verlagen.Indexfondsen halen die hoge kosten weg en volgen gewoon het gemiddelde marktrendement. Daardoor houden beleggers vaak meer geld over.
Dit klinkt logisch. Maar als dat argument klopt, zouden de index en de gemiddelde beheerder dan niet ongeveer hetzelfde moeten presteren?
Vroeger was dat zo. Maar dat begint te veranderen:
“In het VK heeft bijvoorbeeld de Vanguard UK All-Share‑tracker de voorbije vijf jaar 66% opgeleverd, terwijl het gemiddelde Britse aandelenfonds slechts 32% haalde.”
Sommige mensen zeggen dat dit bewijst dat de gemiddelde fondsbeheerder gewoon slecht is.
Volgens hen is dat precies de reden waarom iedereen beter volledig op passief beleggen kan overstappen.
Passief beleggen stuurt nu de markt
Dat kan waar zijn. Maar Terry komt met een andere verklaring.
Een feedbacklus waarin momentum zichzelf versterkt.
Er zijn sterke aanwijzingen dat dit klopt.
Kijk maar naar de prestaties van de S&P 500 tegenover hedgefondsen tussen 2007 en 2016.
Dat is eigenlijk een heel goede illustratie van hoe passief tegenover actief heeft gepresteerd.
Ze lopen bijna gelijk tot ergens in 2012.
Daarna begint de S&P 500 duidelijk beter te presteren.
Hier zie je ook hoe het kapitaal verschuift tussen actief en passief:
De instroom in actieve fondsen bereikte een piek rond 2012–2013.
Sindsdien zijn die geldstromen blijven dalen.
Tegelijkertijd bleef het geld massaal naar passieve fondsen stromen.
Dat zorgt voor twee sterke feedbacklussen:
Passieve fondsen: Meer geld komt binnen → ze kopen meer aandelen → koersen stijgen → prestaties verbeteren → nog meer geld stroomt binnen.
Actieve fondsen: Geld stroomt weg → ze moeten aandelen verkopen → koersen dalen → prestaties verslechteren → nog meer geld stroomt weg.
Het gevolg: de aandelen die passieve fondsen bezitten worden duurder, terwijl de aandelen in actieve fondsen goedkoper worden.
Daardoor lijken passieve fondsen steeds beter te presteren en actieve fondsen steeds slechter, puur door de richting waarin het geld beweegt.
Vandaag beheren passieve fondsen meer dan 60% van al het belegd geld.
Dat is nog nooit eerder gebeurd.
Transacties bepalen prijzen
De aandelenmarkt werkt eigenlijk als een grote veiling.
Elke keer dat iemand koopt of verkoopt, verandert de aandelenprijs.
Elke transactie heeft twee kanten
Je kan een aandeel alleen kopen als iemand anders bereid is het te verkopen.
En je kan een aandeel alleen verkopen als iemand anders bereid is het te kopen.
Het klinkt vanzelfsprekend, maar het is een belangrijk principe.
Hoe de veiling werkt
Om transacties mogelijk te maken, gebruikt de aandelenmarkt een doorlopende lijst van koop‑ en verkooporders: de Bid en de Ask.
Bid: de hoogste prijs die een koper op dit moment wil betalen voor een aandeel.
Ask: de laagste prijs die een verkoper op dit moment wil aanvaarden.
Het verschil tussen die twee heet de spread.
Alles wordt bijgehouden in het orderboek, dat er ongeveer zo uitziet:
In de afbeelding zie je dat heel wat kopers bereid zijn te kopen aan $37,37.
Maar de laagste prijs waarvoor iemand wil verkopen is $37,38.
Daardoor komt er geen transactie tot stand.
Hoe de prijs echt beweegt
Een aandelenprijs beweegt pas wanneer of de koper of de verkoper toegeeft.
Gedreven kopers: Ze stoppen met wachten en aanvaarden de vraagprijs van de verkoper. De transactie gebeurt en de prijs gaat omhoog. Blijven kopers dit doen, dan blijft de prijs stijgen.
Gedreven verkopers: Ze nemen genoegen met de lagere biedprijs van de koper.
De transactie gebeurt en de prijs gaat omlaag. Blijven verkopers dit doen, dan blijft de prijs dalen.
Wie doet die transacties?
Als transacties de prijzen bepalen, moeten we begrijpen wie die transacties eigenlijk doet.
Terry Smith legt het zo uit:
“Hoewel indexfondsen vandaag meer dan 60% van alle beheerde middelen vertegenwoordigen, is hun aandeel in de daadwerkelijke handelsvolumes nog veel kleiner. Volgens Cboe Global Markets deden actieve fondsen in de jaren 90 nog ongeveer 80% van alle transacties, maar vandaag is dat gedaald tot slechts 10%.”
Wanneer Jack Bogle indexfondsen introduceerde, was het idee heel simpel.
Indexfondsen zouden klein blijven en profiteren van het onderzoek van professionele stockpickers.
In die tijd bestond de markt bijna volledig uit actieve beleggers.
Maar dat is vandaag niet meer zo.
Een groot deel van de markt wordt nu gedreven door indexfondsen, ETF’s, quantfondsen en momentumspelers.
Slechts een klein deel van de handel komt nog van beleggers die jaarverslagen lezen en individuele bedrijven onderzoeken.
Indexfondsen en ETF’s volgen een heel eenvoudige strategie:
Komt er geld binnen, dan kopen ze.
Stroomt er geld weg, dan verkopen ze.
Ze kijken niet naar de prijs.
Ze reageren gewoon op geldstromen.
Denk terug aan de veiling.
Als er veel geld in een fonds binnenkomt en er weinig verkopers zijn, moet de prijs stijgen tot iemand wil verkopen.
Het omgekeerde geldt ook.
Als er veel geld wegstroomt en er te weinig kopers zijn, moet de prijs dalen totdat iemand wil kopen.
Wat gebeurt er daarna?
Wanneer indexfondsen kopen en verkopen zonder naar de prijs te kijken, verandert dat hoe de markt werkt.
Maar wat gebeurt er als die koop‑ en verkoopdruk terechtkomt in een markt met minder kopers en verkopers dan iedereen denkt?
In deel 2 laten we zien hoe dit nu al zorgt voor grotere prijsschommelingen.
Wordt vervolgd.
Conclusie
Dat was het voor vandaag.
Ik vind de stap die Fundsmith nu zet opvallend.
Ze schakelen op dit moment over van kwaliteit naar momentum.
En ik denk dat ze dat nét op het verkeerde moment doen.
Het kantelpunt zou weleens nabij kunnen zijn.
Meer leren? Neem een kijkje op onze lezerspagina:
Donderdag geven we opnieuw een gratis lezing kwaliteitsbeleggen.
Benieuwd?
Je kan je hier gratis inschrijven:
Beleggen in de beste bedrijven ter wereld
Pieter
PS Je kan De Kwaliteitsbelegger voor 90 dagen gratis uittesten. Neem hier een kijkje om alles te ontdekken.
Gebruikte bronnen
Lynx: Maak een rekening aan en krijg €150 transactietegoed.
Fiscal.ai: Financiële data
Volkswagen: Pieter als ambassadeur van Volkswagen
















